Naam: Jérôme Efong Nzolo
Woonplaats: Lodelinsart (Charleroi)
Geboortedatum/plaats: 21 September 1974 (35 jaar) , Bitam (Noord-Gabon)
Burgerlijke stand / kinderen: gehuwd met Lorena (32) , 1 zoon Yanis (4) en 1 dochter Lilah (2)
Studie: elektro-mechanica aan de universiteit van Charleroi
Job: Opvoeder van jeugddelinquenten
Club: SC Lodelinsart
Aansluitingsjaar: 1996
Jérôme, je was reeds scheidsrechter in je thuisland Gabon, vandaag ben je de beste scheidsrechter van België.
Hoe heb je het zover geschopt?
Op mijn 12de speelde ik zoals de meeste Afrikanen voetbal. Ik speelde als aanvaller bij de junioren mee met de
16-jarigen. Ik was snel en dribbelvaardig. Maar een zware blessure bracht een einde aan mijn beloftevolle
voetbalcarrière. Op een trainingsmatch werd ik zwaar onderuit getrapt met als gevolg dat ik met beide voeten
2 maanden lang in het gips lag. Mijn vader was geen voorstander van voetbal en zag me liever studeren.
Hierdoor stelde hij me voor een keuze: voetbal of studies.
Je koos voor de studies?
Elke Afrikaanse jongen zou voor de studies kiezen, daarmee heb je in Afrika nog een toekomst.
Ik volgde mijn vader zijn advies maar bleef toch in het voetbal door op mijn 14de scheidsrechter te worden.
Een oudere Gabonese ex-scheidsrechter kwam me dit voorstellen. Ik zou het eens proberen voor het plezier. Als
het niet meeviel kon ik nog steeds terug.
Maar het bleef niet bij 1 wedstrijd?
Ik amuseerde me, en daarvoor bleef ik het doen. Bovendien was ik op die manier toch nog met voetbal bezig.
Een wedstrijd is voor mij puur pluzier.
Zonder scheidrechter is er geen voetbal, zonder voetbal is er geen scheidsrechter en zonder voetbal is er geen
ploeg.
Scheidsrechter zijn is niet vergelijkbaar met baas zijn. Het is eerder te vergelijken met een grote boot.
Als je werkt op de titanic, start je ook niet meteen als kapitein. Je moet zoals alle anderen onderaan als
matroos eerst het dek schrobben. Als je iets wil bereiken moet je doorzetten en je connecties onderhouden.
Zo kom je dus in de stuurcabine terecht.
Hoe leef je naar een wedstrijd toe? Heb je bepaalde eet- en leefgewoontes ?
Ik tracht steeds een 2-tal uurtjes te slapen in de namiddag voor een wedstrijd. Dat brengt me rust. Ontbijten
doe ik niet, daarnaast vooral rijst en 1 maal per week rood vlees. Voor een wedstrijd eet ik altijd spaghetti.
Waarom kwam je naar België?
Ik ben in oktober 1995 naar België gekomen om mijn studies af te maken aan de universiteit van Charleroi.
Mijn eerste maanden hier waren vreselijk. Het was winter en ik had voortdurend kou. Als ik thuiskwam van de unief
kroop ik meteen onder een warm deken. En minstens twee keer per week belde ik huilend naar mijn vader. Ik wou zo
spoedig mogelijk terugkeren naar Gabon.
Maar het is anders verlopen dan verwacht.
Eens hier stak de voetbalmicrobe weer op. Ik speelde drie maanden bij Lodelinsart, in derde provinciale. Ik merkte
al gauw dat ik liever floot en dus schreef ik me in voor een cursus. Ik weet dat veel scheidsrechters eigenlijk
mislukte voetballers zijn, maar zo voel ik me absoluut niet. Ik hou er gewoon van en dat tracht ik met de glimlach
over te brengen op het veld.
Ik begon dus opnieuw vanaf nul. Mijn eerste wedstrijd in België was een knapenmatch in Marchienne.
Van januari 1996 tot 2000 floot ik in provinciale afdeling. Daarna 2 jaar in bevordering, anderhalf jaar in derde en
eveneens anderhalf jaar in tweede nationale.
In 2006 debuteerde ik in de hoogste nationale afdeling. Nadien werd ik ook in januari 2008 geselecteerd als international.
Hoe kan je de arbitrage combineren met je werk?
Dat is uiteraard niet altijd makkelijk maar nu wel beter mogelijk.
Ik werkte bij Volkswagen Vorst toen ik nog in provinciale afdeling floot. Zodra ik promoveerde was dit werk steeds
moeilijker te combineren met het fluiten.
Vandaag werk ik als opvoeder bij Sonatine in Vorst, een instelling voor jeugdelinquenten, druggebruikers en vandalen.
Samen met Werner Helsen werd er een trainingsprogramma uitgewerkt dat hij ook nauwgezet opvolgt. De trainingsdagen
zijn maandag, dinsdag, donderdag en zaterdag. De overige zijn rustdagen tenzij er een wedstrijd is. Dit vergt
natuurlijk tijd en inspanningen waaronder ook je professioneel werkschema te lijden heeft.
Bovendien komt mijn huidig werk met probleemkinderen me ook goed van pas op het voetbalveld. Ik praat veel met de
spelers en probeer hen te begrijpen.
Hoe sta je tegenover kritiek die je krijgt?
Kritiek is folklore want kritiek is voor mij goed om je doel te bereiken.
Wanneer de kritiek opbouwend is dat de beste manier om vooruit te geraken.
Als men de man speelt dan is dat uiteraard negatief. Maar daar kan ik niet zenuwachtig van worden. Iedereen heeft
zijn eigen mening.
Ikzelf mag niet klagen over negatieve reacties jegens mezelf. Toen ik nog in vierde provinciale floot, kreeg ik ooit
naar mijn hoofd: ‘Keer terug naar Congo, vuile zwarte!’. Ik heb die “roeper” na de match in de kantine ontmoet en we
hebben samen een pint gedronken. Ik legde hem uit dat ik uit Gabon kwam, waarop hij vroeg waar dat eigenlijk lag.
Een andere keer gaf ik een Afrikaanse voetballer een gele kaart en schreeuwde een onverlaat me toe: ‘racist’. Die
vond ik geweldig ….
Op het veld fluit ik immers wat zie. Als ik het niet heb gezien kan ik er niet voor fluiten. Vergissen is menselijk.
Ik geef iedereen de raad om de kritiek die je krijgt te relativeren. Je kan er best tijdens een match geen rekening
mee houden omdat dit je uit concentratie brengt.
Kritiek is ook de reden waarom er zo'n tekort is aan nieuwe scheidsrechters.
Ouders langs de lijn zijn vaak onverdraagzaam en zeggen dingen die niet bestemd zijn voor kinderoren. Het wordt
steeds moeilijker om een wedstrijd te fluiten. Dit zolang de opvoeding niet verandert maar tevens ook met de
technologische middelen die men vandaag gebruikt. Het zal er niet gauw op verbeteren.
Maar er zijn toch ook al mooie momenten geweest?
Prestige is niet belangrijk in mijn ogen, elke wedstrijd is mooi voor mij.
Toch vind ik wedstrijden met kinderen nog altijd het leukste en het mooiste om te doen. De onschuld speelt hier
nog een grote rol. Zodra ze groter worden is het een sport om de scheidsrechter te bedriegen.
De moeilijkheidsgraad van een match hangt af van het verloop. Ik kan geen rode kaart geven als ik de fout niet heb
gezien zoals een tijdje terug in Club Brugge – Cercle Brugge met Stijn Stijnen.
Ga je ooit nog terug naar Gabon?
Als scheidsrechter nam ik afscheid van mijn vaderland in de bekerfinale bijgewoond door 40.000 mensen. Nu terugkeren
is onmogelijk voor de UEFA, dan moet ik alles opgeven.
Zelf dacht ik het nooit zo lang vol te houden in België. Maar het is anders uitgedraaid, 2000 was het kanteljaar.
Ik werd scheidsrechter in nationale en op de koop toe leerde ik in mijn laatste studiejaar een meisje kennen. Lorena,
een Waalse met Italiaanse roots. We trouwden en kregen intussen 2 kinderen.
1 keer per jaar keer ik terug naar Gabon en zoek ik mijn familie op. Daar ben ik wel even zoet mee want mijn vader
heeft zeven vrouwen. In totaal heb ik 24 broers of zussen. Nu ja, het kunnen er ook 25 zijn. Wees gerust, ik ben van
plan om het bij 1 vrouw te houden.
Favoriet gerecht: Alle soorten pasta , maar liefst met vis
Interview: David Symons en Pascale Dewinter (Augustus 2009)
Favoriete drank: wanneer ik moet sporten: Cola-light , op andere momenten lust ik wel een Blonde Leffe of een Duvel.
Favoriete artiest: Cesaria Evo, een Kaapverdische artieste, is onbekend in België
Favoriete vakantiebestemming: In de eerste plaats mijn thuisland Gabon, maar ik krijg de kans om veel te reizen
als scheidsrechter. Zo kom ik op vele mooie plaatsen. Wanneer ik een aanduiding voor een Europese wedstrijd krijg, ben
ik vaak enkele dagen weg van huis. Eens ginder krijgen we ook de kans om plaatsen te bezoeken. Maar een echte voorkeur
heb ik niet, elke plaats heeft wel iets speciaals.
Grootste wens: Ik heb niet echt een wens. Zoals elke gelovige protestant neem ik het leven zoals het komt.
Ik tracht wekelijks op zondagmorgen naar de mis te gaan. Ik kan niet verder kijken dan mijn neus lang is en weet dus
niet wat de toekomst mij zal brengen.
Beste voetballer aller tijden: Moeilijk te beantwoorden. Als ik een wedstrijd bekijk , volg ik steeds het doen en
laten van de scheidsrechter. Het gebeurt regelmatig dat ik een mooie goal mis omdat ik zijn positie en handelingen opvolg.
Maar dat deert me niet.
Beste scheidsrechter aller tijden: Pierluigi Collina en Anders Frisk. Elke 25 jaar is er wel ééntje die in het oog
springt. Maar ik spiegel mij er niet aan want ik tracht mezelf te blijven.